”De mate van beschaving van een volk is te meten aan de wijze waarop het met zijn dieren omgaat.” Dat heeft Ghandi ooit gezegd, en als hij gelijk had, dan zijn wij een stelletje holbewoners.
Want nee, het gaat niet goed met de dieren. Gaia maakte vandaag beelden uit Belgische slachthuizen openbaar, waarop te zien is hoe schapen, geiten en koeien op wrede manieren worden afgemaakt. Ondanks een verbod op onverdoofd slachten sterven volgens de dierenrechtenorganisatie toch jaarlijks zo’n 250 000 dieren een pijnlijke dood.
Aan de andere kant van de wereld is het niet veel beter. In Nepal vindt nu het tweedaagse Gadhimai Jatra festival plaats, een oeroud ritueel waarbij zoveel mogelijk dieren opgejaagd en afgeslacht worden. Verwacht wordt dat 200 000 dieren gedood zullen worden.
Ik had hun nochtans gevraagd dat niet te doen, in deze brief. Humane Society is een Amerikaanse dierenrechtenorganisatie, die actie onderneemt tegen dierenmishandeling overal ter wereld. Regelmatig krijg ik mails van hen, met de vraag deze petitie te tekenen of die brief te versturen. En dat doe ik dan ook, braaf als ik ben. Cynische huisgenoten hebben daar steevast commentaar op in de zin van “dat haalt toch niets uit”. Misschien niet, denk ik dan, maar niets doen helpt in ieder geval nòg minder. Wie van hetzelfde gedacht is, kan hier eens een kijkje nemen.
Zondag wordt er weer gecrosst in Hamme-Zogge. Het zal ongetwijfeld weer een spannende strijd tussen Albert, Nys en Stybar worden maar een spektakel als dat van vorig jaar zal uitblijven. Even terugblikken:
Hiep hiep hiep, hoera! 20 kaarsjes vandaag voor de niet meer bestaande Muur! Bestaat er een toepasselijkere manier om te vieren dan deze kitsch-klassieker?
Why I blog, een vraag die ik me de laatste weken ook wel eens gesteld heb. Zij het dan in het Nederlands, en met de laatste twee woorden in omgekeerde volgorde. Het antwoord luidt voorlopig helaas nog steeds: meer door een schoolse verplichting dan vanuit een innerlijke drang tot overdreven mededeelzaamheid.
Voor andere mensen is bloggen dan weer puur kicken. Voor Andrew Sullivan is het dat in ieder geval. Bij zijn beschrijving, hoe hij aanvankelijk in de zevende hemel was door de directheid van het bloggen, moest ik toch me toch al even proberen terug in te leven in de tijd waar e-mail, facebook, twitter en bloggen nog niet wijdverspreid en algemeen ingeburgerd waren. Het was moeilijker dan je zou verwachten, hoewel dat in feite maar een vier, vijf jaar geleden is. En zo was het weer even schrikken hoe snel die dingen allemaal vanzelfsprekend geworden zijn.
Tegenwoordig kan iedereen die dat wil zijn eigen blog beginnen. In twee minuten is zo’n ding gefabriceerd. En, zoals dat dan gaat, pakt niet iedereen dat op dezelfde manier aan. Het is dan ook een beetje tricky om een theoretische tekst over het fenomeen bloggen te schrijven, als ware het een exacte wetenschap. De vorm van bloggen, waarover Sullivan het heeft, is maar één van de vele verschijningsvormen ervan. Bij zijn wijdlopende reflecties en beschrijvingen van het fenomeen gaat Sullivan duidelijk uit van een fanatieke vorm van bloggen, zoals uit deze passage blijkt:
"No columnist or reporter or novelist will have his minute shifts or constant small contradictions exposed as mercilessly as a blogger’s are. A columnist can ignore or duck a subject less noticeably than a blogger committing thoughts to pixels several times a day. A reporter can wait—must wait—until every source has confirmed. A novelist can spend months or years before committing words to the world. For bloggers, the deadline is always now. Blogging is therefore to writing what extreme sports are to athletics: more free-form, more accident-prone, less formal, more alive. It is, in many ways, writing out loud."
Voor die manier van bloggen, waarbij mensen twee, drie keer per dag hun gedachten op het internet smijten, heeft hij een punt. Toch kan je die waarheden niet zomaar veralgemenen. Bloggers zijn niet noodzakelijk bezig met al racend tegen de klok zoveel mogelijk blogposts per dag bijeen te schrijven. Veel blogteksten getuigen van auteurs die houden van taalbouwsels, van wikken en wegen. Daarbij gaat kwaliteit boven kwantiteit: er verschijnt niet elke dag iets nieuws, maar wat je leest is dan ook een weloverwogen uiting, met aandacht voor stilistische aspecten en overwegingen in verband met leesbaarheid.
Het intrinsieke verschil tussen bloggen en elke andere vorm van schrijven, de directheid, de rauwheid, de levendigheid en spontaneïteit van de tekst, het uitgangspunt van Sullivans theorie, gaat dan ook niet meer echt op. Helaas.
De Britse blogger Andrew Sullivan wordt hier en daar beschouwd als de pionier van de weblog-journalistiek. Hij was een van de eerste politieke journalisten die een eigen persoonlijke blog opstartte. In 2000 creëerde hij zijn blog, The Daily Dish. The Daily Dish won de 2008 Weblog Award voor de beste blog. We kunnen dus gerust stellen dat Andrew Sullivan op het vlak van bloggen een autoriteit is. Hij weet waar hij over … blogt.
In zijn blogpost ‘Why I Blog’ legt Sullivan zijn liefde, zelfs passie, voor het medium uit. Met bloggen ontstond een “golden time for journalism”. Bloggen is een “form of instant and global self-publishing”. Een blog is “the spontaneous expression of instant thought”.
Naast de snelheid en de spontaniteit van het medium houdt hij vooral van de VRIJHEID:
“It was obvious from the start that it was revolutionary. Every writer since the printing press has longed for a means to publish himself and reach—instantly—any reader on Earth. Every professional writer has paid some dues waiting for an editor’s nod, or enduring a publisher’s incompetence, or being ground to literary dust by a legion of fact-checkers and copy editors. If you added up the time a writer once had to spend finding an outlet, impressing editors, sucking up to proprietors, and proofreading edits, you’d find another lifetime buried in the interstices. But with one click of the Publish Now button, all these troubles evaporated.”
Bloggers hoeven zich geen zorgen te maken over uitgevers en redacteurs. Ze kunnen zonder toestemming beginnen schrijven en onmiddellijk een groot publiek bereiken. Maar Sullivan ontdekte al snel dat ook het bloggen niet vrij is van brutale commentaren. Strengen lezers hebben graag het laatste woord: “E-mail seemed to unleash their inner beast. They were more brutal than any editor, more persnickety than any copy editor, and more emotionally unstable than any colleague.”
Geen nood, zegt Sullivan, de blog is namelijk het perfecte medium om snel op die lezerskritiek te reageren. Bloggen = self-correction. Onnauwkeurigheden en zelfs grove fouten worden met één muisklik verbeterd. Je kunt je afvragen of dit wel professioneel en journalistiek correct is. Ja, zegt Sullivan, want “there is nothing more conducive to professionalism than being publicly humiliated for sloppiness.” Leuk hoor, dat bloggen!
Knast is Duits voor het gevang. Een woord dat de toestand in kwestie goed uitdrukt, vind ik: een heel klein benauwd kotje waar gevangenen van frustratie zitten te knarsetanden en hun vingernagels opvreten.
Op www.stasi-live-haft.de valt dezer dagen iets merkwaardigs te zien. Een man in een blauwe pyjama in een grauwe cel van 2 bij 3 meter, die nu eens een camera hoog boven zijn hoofd toespreekt, dan weer met zijn hoofd in zijn handen in een hoekje zit. Carl-Wolfgang Holzapfel, een Duitser die onder het DDR-regime in de Stasi-gevangenis van Berlin-Hohenschönhausen gevangen gezeten heeft, doet dat voor de twintigste verjaardag van de Wiedervereinigung nog eens dunnetjes over. Van 29 oktober tot 5 november neemt hij zijn intrek in een ienieminie celletje. Op de bovenstaande link kan je Holzapfel via webcam live in zijn persoonlijke knast zien. Je kan de man ook vragen doormailen, die hij eenmaal per dag beantwoordt.
Dat doet hij niet uit nostalgie naar de tijd die hij daar doorbracht, of wat had je dan gedacht. Met zijn actie wil hij de hedendaagse Duitser eraan herinneren dat de DDR alles anders dan een modelstaat was. Vooral jongeren onder de vijfentwintig, die het regime niet meegemaakt hebben, moeten volgens Holzapfel weten dat de DDR niet het knuffellandje was waarvoor het in films als Goodbye Lenin én door aanhangers van de nog steeds welig tierende ‘Ostalgie’ wordt afgeschilderd.
"> Vandaag kwam de nieuwste single van wijlen King of Pop uit: ‘This is it’, naar de gelijknamige concertreeks. Vele trouwe MJ fans – mezelf incluis – verwachtten zich aan een funky dansbaar nummer, Jackson-style, maar kregen een zeemzoete ballade te horen – of zoals Steven Lemmens het verwoordde: “een pot confituur, man!” Het is moeilijk te geloven dat deze single geschreven werd door hetzelfde genie dat nummers als ‘Thriller’, ‘Dirty Diana’ en ‘Scream’ creëerde.
Bovendien beweert Paul Anka dat hij de single 26 jaar geleden geschreven heeft onder de titel ‘I never heard’. Aangezien Jackson zelfs de moeite niet deed om de tekst te veranderen valt een verband moeilijk te ontkennen. Oordeel zelf maar:
Wat er ook van zij, toen ik het nummer ‘This is it’ hoorde, kon ik maar één ding denken: Is this it?